De Hollandse Zaal (1829-1830) in het Koninklijk Paleis aan de Meir te Antwerpen

Van 1814 tot 1830 waren Nederland en België onder koning Willem I verenigd in het Koninkrijk der Nederlanden. In het Koninklijk Paleis aan de Meir te Antwerpen verwijst het Hollandse Salon (ook Zaal der 17 Provinciën genoemd) naar deze korte periode. Het salon was pas een maand voor het begin van de Belgische Omwenteling klaar. Het heeft dan ook slechts gedurende enkele weken dienst gedaan als ontvangstruimte die de Oranjedynastie moest verheerlijken. Het is opvallend dat het salon de revolutie heeft overleefd, én de 175 daaropvolgende jaren.

KIK m63230_std
Het Hollandse Salon in het Koninklijk Paleis te Antwerpen, 1943. De foto toont de halfreliëfs op de wanden en de medaillonportretten in de fries. In de spiegel zijn een aantal van de 18 wapenschilden zichtbaar die op het plafond rond de kroonluchter zijn aangebracht. Bron: IRPA-KIK, Brussel

Het paleis aan de Meir is in 1745-1748 in rococostijl gebouwd door architect J.P. van Baurscheit in opdracht van Joan van Susteren, heer van ’s Gravenwezel en telg uit een rijk geslacht van rooms-katholieke bierbrouwers uit ’s Hertogenbosch. Na diens dood kwam het Vorstelyck Huis, zoals het toen door de Antwerpenaren werd genoemd, achtereenvolgens in het bezit van de families de Fraula, Roose de Baisy en de Bergeyck. De weduwe van Graaf de Bergeyck verkocht het paleis in 1812, tijdens het Franse regime, aan het keizerlijk kroondomein. Napoleon had immers behoefte aan een passende residentie in zijn Antwerpse Quartier impérial, dat voor hem “als een pistool gericht op Engeland” van groot strategisch belang was en dat hij regelmatig bezocht om er de uitbreidingswerken aan haven en forten te superviseren. Architect Verly begon in het paleis meteen aan de nodige aanpassingswerken: het interieur heeft daardoor ook nu nog een Empirekarakter – vooral in de slaapkamers van keizer en keizerin. Maar Napoleon zou het resultaat nooit te zien krijgen. Degene die op 29 juni 1814 vanaf het balkon op de Meir wél de toejuichingen van het Antwerpse volk in ontvangst nam was zijn grootste vijand: de Russische tsaar Alexander I … In 1815 werd het gebouw ter beschikking gesteld van Willem I, de nieuwe koning van de Verenigde Nederlanden.

Vanaf 1827 droop het water langs de wanden van de eerste verdieping van het paleis tot op de gelijkvloerse verdieping. Er was een regenwaterreservoir op zolder om bluswater te hebben en het erbij horende regenafwateringssysteem was inefficiënt. Er moesten dan ook dringende herstellingswerken worden uitgevoerd aan de rechtse voorbouw en aan de trapzaal, wat als een gelegenheid werd gezien om ook de inrichting te renoveren. In oktober 1829 gaf Willem I aan de Antwerpse schilder en directeur van de Kunstacademie Matthias Van Brée de opdracht een salon op de eerste verdieping in te richten als een representatieve ontvangstruimte. Van Brée, die ook gemeenteraadslid was, stelde voor de “Zaal der 17 Provinciën” een iconografisch programma op dat de grootsheid van de Oranjedynastie moest benadrukken en dat door de koning werd goedgekeurd.

peter_de_grote_MEIRhalfreliëf
Het halfreliëf met het bezoek van Peter de Grote aan Zaandam. (Foto/ J.P. Van der Planken)

In de wanden van het vertrek bracht Van Brée vier historische halfreliëfs aan waar hij zelf de tekeningen op ware grootte voor had geleverd. Hij liet het werk in pleister uitvoeren door twee van zijn beste leerlingen: de jonge beeldhouwers Willem Geefs, die 10 jaar later ook het Antwerpse Rubensstandbeeld zou maken, en Jan Baptist de Cuyper. Het was de bedoeling dat de halfreliëfs later in marmer zouden worden uitgekapt, maar gezien de nakende gebeurtenissen is dat er nooit van gekomen. Een eerste halfreliëf beeldt de eed van Claudius Civilis uit tijdens de Bataafse opstand tegen de Romeinen. In de iconografie van de Oranjedynastie verwijst deze Claudius Civilis eigenlijk naar Willem van Oranje als aanvoerder van de Nederlandse opstand tegen de Spaanse koning Filips II. Een tweede halfreliëf toont het bezoek van de Russische tsaar Peter de Grote aan de scheepswerven in Zaandam in 1697. De grote tsaar had overigens in dezelfde periode ook de Antwerpse scheepswerven bezocht, maar deze locatie kan moeilijk met de uitbeelding in het halfreliëf worden geassocieerd aangezien dat op geen enkele manier de Oranjedynastie verheerlijkt.

Willem_II_anna_paulowna
Willem II (1792-1849) en Anna Paulowna als kroonprinselijk paar (door Jan Willem Pieneman, 1816)

Wel zal het een rol hebben gespeeld dat Anna Paulowna (1795-1865), zuster van de Russische tsaar Alexander I, de echtgenote was van de Nederlandse kroonprins en dat het koppel, met hun kinderen, graag en regelmatig in het Antwerpse paleis verbleef. De twee overige halfreliëfs tonen de aanbieding van de Engelse kroon, in 1689, aan stadhouder Willem III en de kroning van koning Willem I in 1815.

Rond de kroonluchter liet Van Brée op het plafond 18 wapenschilden aanbrengen: die der Zeventien Provinciën die in de zestiende eeuw de Nederlanden vormden én het wapenschild van het Prinsbisdom Luik dat in de zestiende eeuw niet tot de Bourgondische Nederlanden behoorde, maar nu wel deel uitmaakte van het nieuwe koninkrijk. Het kostte enige moeite om van elk der voormalige 17 provinciën het juiste wapenschild te vinden. Een ambtenaar van de provincie Antwerpen moest er een intense briefwisseling voor voeren.

In een fries bovenaan de vier muren zijn 24 medaillonportretten van historische personages opgenomen. Dit werk werd uitgevoerd door Jozef de Cuyper, nog een andere leerling van Van Brée. De portretten op de medaillons zijn vooral verbonden met de geschiedenis van de Noordelijke Nederlanden. Onder elk portret staat de naam van de geportretteerde, in het Frans. De 24 medaillons tonen de portretten van vijf leden van de Oranjedynastie (Willem van Oranje, Maurits van Nassau, Willem Hendrik van Nassau, Willem III van Oranje, koning Willem I), zes Noord-Nederlandse staatslieden en militaire aanvoerders uit de Gouden Eeuw (graaf Philips van Hohenlohe, Diederick van Sonoy, Jan van Galen, Piet Hein, Michiel de Ruyter, Maarten Harpertszoon Tromp, Pieter Adriaensz. van der Werff), keizer Karel V en diens raadsman Willem van Croy, de auteur van het Wilhelmus Marnix van Sint-Aldegonde, de Bataafse held Kattenwald, de 15de-eeuwse Haarlemse drukker Laurens Janszoon Coster, Desiderius Erasmus, de cartografen Mercator en Ortelius, de schilders Rubens (die in de eerste helft van de 19de eeuw ook in de Noordelijke Nederlanden werd aanzien als de grootste schilder uit de geschiedenis van de Nederlanden) en Rembrandt en de Leidse arts Boerhaave.

266px-André_Ernest_Modeste_Grétry
André Grétry

Ten slotte werd ook de Luikse componist André Grétry (Luik 1741-Parijs 1813) in de lijst van geportretteerden opgenomen. Hij is de enige die op geen enkele manier nóch met de 16de-eeuwse Nederlanden, nóch met de Noord-Nederlandse geschiedenis geassocieerd kan worden. Grétry verliet Luik al op 19-jarige leeftijd en zijn loopbaan speelde zich voornamelijk af in Italië, Zwitserland en Parijs. De Franse koningin Marie-Antoinette was de doopmeter van een van zijn kinderen en door Napoleon werd hij benoemd tot Chevalier in de Orde de la Légion d’honneur. Waarschijnlijk werd hij toch in de reeks opgenomen omdat enerzijds een Luikenaar niet kon ontbreken en anderzijds ook een componist in de reeks thuishoorde. Muziek werd in de 19de eeuw immers als de meest verheven kunstvorm beschouwd.

Het portret van Karel V (1500-1558) kreeg niet toevallig een prominente plaats naast Willem van Oranje (1533-1584) en diens zoon Maurits. Koning Willem I (1772-1843) meende immers dat hij met zijn eenmakende opdracht in directe lijn stond met Karel V. In een toespraak voor de Staten-Generaal op 21 september 1815 verwees hij daarnaar: “Karel V was overtuigd dat de Nederlanders niet alleen moesten gehoorzamen aan dezelfde soeverein, maar ook door dezelfde wetten moesten bestierd worden. Nochtans heeft hij zijn leven niet kunnen toewijden aan dit heilzaam werk; en in plaats van deze vereniging, die hij en zijn kwekeling Willem de Zwijger verlangd hadden, moest men zich welhaast aan een droevige scheiding onderwerpen.” De koning kan niet vermoed hebben hoe profetisch zijn woorden wel waren …

In mei 1829 maakte Willem een officiële rondreis door zijn Belgische provincies. Hij wilde zelf kunnen inschatten hoe ernstig er de bezwaren waren die tegen zijn beleid meer en meer de kop op staken. De Belgen verweten hem namelijk een antiliberaal en antikatholiek beleid, een onevenwichtige verdeling van de belastingheffing tussen Noord en Zuid, een beknotting van de persvrijheid en een eenzijdig taalbeleid (de Franstalige provincies verzetten zich tegen pogingen om het Nederlands – “une langue pour ainsi dire inconnue en Europe” – aan hen op te dringen). Maar tijdens zijn bezoek aan Antwerpen, waar de economische bezwaren dankzij de florerende havenactiviteiten minder uitgesproken waren dan in de rest van het land, werd de koning goed afgeschermd van potentiële criticasters. Hij werd niet geconfronteerd met een tegen zijn beleid gerichte petitie die tijdens zijn bezoek in Antwerpen rondging en hij reisde gerustgesteld en opgetogen verder.

De liberale krant le Courrier des Pays Bas had het voorspeld: “er is grootelyks te vrezen dat hij [= Willem] … geduerende zijn reys meer zal omringd zijn door staetslieden, die op het budget leven, en door de industrieelen, die een aendeeltje hebben in het miljoen der nationale nyverheid , dan door eenvoudige schatpligtigen, die met eene hand, ja met twee tegelyk betaelen, zonder een enkel duytje van het budget of het nyvermiljoen te trekken …” (geciteerd in Den Antwerpenaer van 3 juni 1829).

Of, zoals Floris Prims het omschrijft: “zyn bezoek eindigde gelijk dat van eenen inspecteur, die alles natuerlyck in orde vindt, wanneer hy van zyne komst voorop berigt heeft.”

20180624_1043291054394781.jpg
De Belgische patriotten veroveren de Meir en het Koninklijk Paleis, 26 oktober 1830) Bron: Jan van Acker, Antwerpen van Romeins veer tot wereldhaven (1975, p.361)

Willem’s initiatief een paar maanden later, tot het versieren van de “Zaal der Zeventien Provinciën” met een iconografie die de Oranjedynastie verheerlijkte, toont goed aan hoe de ware aard van de problemen hem ontging. Het werk aan de inrichting van het vertrek duurde tot juli 1830. Nauwelijks een maand later brak in Brussel de Belgische revolutie uit. In oktober plaatste de prins van Oranje (de latere Nederlandse koning Willem II ) zichzelf vanuit het Antwerpse Koninklijk Paleis, in een laatste wanhoopspoging, aan het hoofd van de opstandelingen. Hij wilde immers graag zelf koning der Belgen worden. Dat was niet aanvaardbaar, noch voor koning Willem I, zijn vader, noch voor de Belgen. De kroonprins zag zich dan ook genoodzaakt de benen te nemen naar Londen. Op 27 oktober 1830 kwam Antwerpen in handen van de Belgische patriotten, na twee gruwelijk bloedige dagen van hevige straatgevechten tot onder de ramen van het Hollandse Salon, waarbij de Nederlanders, onder bevelvoering van generaal Chassé, vanuit de citadel, waar zij zich hadden teruggetrokken, en vanaf hun oorlogsschepen op de Schelde urenlang de stad bombardeerden.

generaal chassé na bombardement antwerpen 1830
Generaal Chassé op de Citadel van Antwerpen, de morgen na het bombardement van de stad op 27 october 1830 – Izaak Schouman (1832, Museum Bronbeek)

Omdat de Belgen na deze gebeurtenissen vreesden dat de grote Europese mogendheden hen alsnog de Nederlandse kroonprins als koning zouden opdringen, bepaalden ze in november per decreet dat “leden van het stamhuys van Oranje-Nassau voor altyd uyt alle magt of gezag in België uitgesloten zyn”. Deze bepaling geldt nog steeds: ook nu nog zijn de leden van het Huis van Oranje de enige wereldburgers die bij wet van de Belgische troon worden uitgesloten.

Ondanks de verandering van regime, de tiendaagse veldtocht in 1831, de beschietingen die de Antwerpenaren vanuit de tot in het najaar van 1832 door de Nederlanders bezette citadel moesten ondergaan, de blokkade van de Schelde en het uitblijven tot in 1839 van de officiële erkenning van België door Nederland, werd de iconografie van de Zaal der Zeventien Provinciën nooit gewijzigd. In 1831 werd het Koninklijk Paleis ter beschikking gesteld van de nieuwe Belgische dynastie, maar het werd door het koninklijk hof slechts sporadisch gebruikt, waardoor het niet echt de status had van een officiële hofresidentie met de daarmee samenhangende verplichtingen qua decorum. Deels zal dit verklaren waarom de inrichting van de Hollandse Zaal niet werd aangepast. De historische verwijzingen naar het vorige regime verhoogden bovendien de grandeur van het gebouw en van haar gebruikers. Ook kunnen de orangistische sympathieën die in Antwerpen toch nog tot ca. 1836 voortleefden voor een bufferperiode gezorgd hebben, net als het feit dat de schepper van het salon, Matthias Van Brée, ook na de Omwenteling de gerespecteerde directeur van de Antwerpse kunstenaarsacademie bleef, tot aan zijn dood in 1839. Van Brée en zijn medewerkers werden in oktober 1833 zelfs nog door de Belgische regering uitbetaald voor hun werk, van vóór de revolutie, aan de Zaal der Zeventien Provinciën.

meir
Het Koninklijk Paleis aan de Meir. De Zaal der 17 Provinciën bevindt zich op de eerste verdieping, achter de twee meest rechtse ramen. (Foto/ J.P. Van der Planken)

Nog tot 1969 bleef het Koninklijk Paleis functioneren als Antwerpse residentie van de Belgische monarchie. Daarna werd het omgevormd tot een cultureel centrum. De Zaal der Zeventien Provinciën werd enkel gebruikt voor tijdelijke tentoonstellingen, en haar oranje muren en haar versieringen waren daarbij door de tentoonstellingspanelen vaak aan het oog van het publiek onttrokken. De laatste jaren werd het paleis gerestaureerd, en dus ook het salon dat tegenwoordig weer in al zijn Hollandse splendeur door het publiek bewonderd kan worden. Als lieu de mémoire herinnert de zaal de bezoekers aan de korte periode van hereniging van de Nederlanden, onder de Oranjedynastie, én aan de plotse, onverwachte en definitieve scheiding.

Auteur: Jean-Pierre Van der Planken


Gebruikte bronnen

  • De 25 dagen van Antwerpen, Antwerpen, deel 15, p. 363-366
  • Debruyn, M., Het paleis op de Meir in Antwerpen: van particuliere woning tot keizerlijke en koninklijke verblijfplaats (Leuven, 2004).
  • Den Antwerpenaer (Antwerpen 1829).
  • Het Koninklijk Paleis: bouwer en bewoners (Antwerpen 1970)
  • Janssens, J., De helden van 1830. Feiten & mythes (Antwerpen 2005)
  • Mertens, F. en K.L. Torfs, Geschiedenis van Antwerpen, deel 7
  • Prims, F., Het Koninklijk Paleis te Antwerpen (Antwerpen 1931)
  • Prims, F., De geschiedenis van Antwerpen, Antwerpen, 1927-1949, deel VIII.
  • Rijksarchief Antwerpen, bundel J340A.

Opmerking
Een eerdere versie van dit artikel verscheen in 2008 op de website van het e-zine Cultuurwetenschappen (https://archive.is/20120530093744/http://www.cultuurwetenschappen.org/essays/07/antwerpen.php)

NB: In de oorspronkelijk versie uit 2008 werd verwezen naar de schilder Adriaen Van der Werff in plaats van de Leidense burgemeester Pieter Adriaenszn. van der Werff.


Hieronder kan u reageren in verband met deze tekst: